broken thinker

Follow the money

De Denker, vijf jaar na de restauratie. (maart 2016)

Arnoud Holleman en Gert Jan Kocken

Als je nihilisme buiten beschouwing laat hebben iconoclasten twee motieven: religie en politiek. Met het Bijbelse tweede gebod in de hand bracht de reformatie een beeldenstorm teweeg, het leidde tot nieuw Christelijk geloof zonder afgodsbeelden. Nu zijn het vooral nog radicale moslims die beelden kapot slaan. Uit naam van Allah worden eeuwenoude archeologische kunstschatten opgeblazen omdat ook de Koran een beeldverbod oplegt. De symboliek van de vernietiging raakt ons – ‘het Westen’ – soms meer dan berichten over menselijke slachtoffers.
Politiek iconoclasme wordt zichtbaar in tijden van revolutie. Opstandelingen trekken standbeelden van hun leiders omver als teken dat ze moeten vertrekken. Of het zijn andere symbolen die worden aangepakt. In de vernietiging ervan schuilt een ideologische boodschap die actief wordt uitgedragen. Image breakers zijn daarom altijd image makers. Beelden van vliegtuigen die het WTC invlogen staan in het geheugen gegrift. De vernietiging van het symbool werd zelf een nieuw symbool.
Er is nog een motief om beelden kapot te maken: geld. Kunstschatten worden geroofd en omgesmolten, maar strikt genomen is dat geen iconoclasme. Winstbejag is geen ideologie en de vernietiging levert geen nieuw beeld op. Het verdwijnen moet zo onzichtbaar mogelijk gebeuren – en levert doorgaans geen nieuw beeld op. De foto die we voor broken thinker gebruiken is een uitzondering.

Bij Singer Laren wordt op 17 januari 2007’s nachts het hek van de beeldentuin geforceerd. De volgende ochtend ontbreken zeven sculpturen, van Martin Borgord, Pépé Gregoire, Pieter de Monchy, Carel van Pampus, Francisca Zijlstra en – de veel beroemdere – Auguste Rodin.
Erg professioneel zijn de dieven niet, ze hebben behoorlijk wat sporen achtergelaten. Een versnipperde uitdraai van de routeplanner leidt direct van het museum naar het huis een van de dieven, nog geen tien kilometer verderop. De politie wacht twee dagen met de aanhouding, hopend op een heterdaadje. Dat gebeurt niet en in het vernietigende werk is dan al zo goed als gedaan. Met een gehuurde slijptol is de buit in stukken gezaagd en afgevoerd. Alleen de Denker van Rodin wordt teruggevonden, zwaar gehavend.
Terwijl de politie wachtte sloeg Singer Laren alarm in de media. ‘We hebben bewust de publiciteit gezocht om de dieven te laten weten dat ze een belangrijk werk in handen hadden,’ vertelt algemeen directeur Reinier Sinaasappel een paar maanden later in Trouw. Het beeld heeft een geschatte waarde van één miljoen euro, terwijl het als schroot slechts een paarhonderd euro oplevert.
Zoveel geldontwaarding, hoe dom kun je zijn? Geen benul van kunst en nog slechte inbrekers ook, maar tot dan toe zijn Reinier ter B. en Marco van den B. er mee weggekomen. Kriskras door Nederland hebben ze tientallen beelden van hun sokkels gerukt, uit tuincentra en plantsoenen, van kunstenaars waar de politie geen mankracht voor vrijmaakt. De Denker is echter van een andere orde – de schade is enorm.
Wat te doen met een kunstwerk dat je in zo’n erbarmelijke staat terugkrijgt? Ook nu zoekt Singer Laren de media op. Het beeld wordt korte tijd in het museum tentoongesteld. Pers en bezoekers kunnen de vernielingen met eigen ogen – en camera’s – zien. Ook onze foto is toen genomen.

Het vervolg is bekend, maar wellicht ook weer vergeten. In januari 2011, vier jaar na de roof, wordt het beeld opnieuw tentoongesteld. Na een langdurige restauratie pakt Singer Laren uit met Rodin. De Denker denkt weer. Een landelijke postercampagne, een documentaire bij de AVRO en een metershoge inflatable van de Denker op de Uitmarkt begeleidden de terugkeer van Rodins meesterwerk.
Het verschil met 2007 kan niet groter zijn. Toen was de Denker een total loss. De schedel gelicht, een jaap over het gezicht. Het rechterbeen geamputeerd, het linkerbeen bij de enkel doorgesneden, de bovenarm idem dito tussen schouderblad en elleboog. De handtekening van Rodin weggeslepen. In 2011 oogt alles weer als vanouds. Het patin van de Denker, decennialang door vogelpoep en weersinvloeden gevormd, is zorgvuldig geretoucheerd op de nieuwe stukken. De gietmallen en digitale data zijn opgeborgen in de holle binnenruimte van het beeld, als een tijdcapsule. Het beeld moet voortaan klimaatgecontroleerd getoond worden, maar het is weer heel. Gedimd uitgelicht staat het kunstwerk van Rodin op een hoge sokkel, in een verder lege, donkere zaal. Op de achterwand in grote letters: COMEBACK.
Hetzelfde beeld, twee keer op zaal, met vier jaar ertussen. Ook de opzet van de presentaties verschillen als dag en nacht. In 2007 gebeurt alles vanuit een heftige emotie. Het museum is in shock en de presentatie wordt ad hoc georganiseerd om publiek en pers te laten delen in afschuw en ongeloof. Een sokkel in een zaal met de vaste opstelling, meer is het niet – en langer dan een week duurt het ook niet. Een tentoonstelling kun je het eigenlijk niet noemen, maar de opstelling genereert wel dat effect. In korte tijd wordt de vernielde Denker talloze keren gefotografeerd, beschreven en gefilmd. Afbeeldingen en artikelen verschijnen in kranten, tijdschriften, op tv en internet.
Ook in 2011 spelen de media een belangrijke rol, maar nu is alles strak geregisseerd. Het concept van De Denker denkt weer lijkt sterk op For the Love of God van Damien Hirst, een paar jaar daarvoor in het Rijksmuseum – waar de met diamanten bezette schedel letterlijk het stralend middelpunt was. Ook De Denker denkt weer is opgebouwd rond één object en één titel, met veel geld voor marketing en een museumwinkel vol snuisterijen. Het beeld dat decennialang marginaal in de tuin stond opgesteld is topstuk van het museum geworden. Op posters en digitale banners krijgt heel Nederland de gerestaureerde Denker te zien, steeds met varianten op de titel. De boodschap – De Denker denkt weer – bereikt een veelvoud van het aantal werkelijke bezoekers en zet zich vast in het collectief geheugen.

In alle mediadrukte van 2011 werd één vraag niet gesteld: Waarom ging Singer Laren met De Denker denkt weer zo vol op het orgel om de restauratie van een kunstwerk te vieren? Wij denken dat je voor het antwoord terug moet naar 2007.
Een beeld kapot maken is heftig, maar de vernieling tentoonstellen ook. Alles op een sokkel wordt kunst. Het plaatsen van de total loss in een museumzaal markeert het moment waarop de bronsdieven en het museum een vreemd verbond aangingen: de bronsdieven als image breaker en het museum als image maker. De vernielde Denker, nooit bedoeld om gezien te worden, werd een object dat vraagt om interpretatie. Het kapotte beeld werd drager van een boodschap, maar welke?
De Denker van Rodin heeft een enorme symboolwaarde. De hele mensheid past in de naakte man die op een rotsblok zit na te denken. Maak je dat kapot, dan creëer je ontegenzeggelijk een tegensymbool. Vanaf het moment dat de vernielde Denker als nieuw beeld een publieke verschijning werd was er naast de te verwachten ontzetting ook sprake van, ja wat eigenlijk? Opwinding? Het introverte werk van Rodin had shock value gekregen. Van verschillende kanten gingen stemmen op om de Denker zo te laten.
Achteraf gezien kun je stellen dat Singer Laren de kracht van het kapotte beeld heeft onderschat, want de nieuwe symboliek werd een tegenkracht in de discussie over de restauratie. Als de pers de vernielingen in het depot had mogen fotograferen, als de Denker als wrak op een tafel of de grond had gelegen, dan was er weinig aan de hand geweest. Nu moest het museum een zelf aangestoken vuur blussen. De ontstane beeldvorming vroeg om een stevige correctie, de geest van het iconoclasme moest terug in de fles – en De Denker denkt weer was de kurk. De tentoonstelling was geen afsluiting, maar cruciaal onderdeel van het restauratieproces.

Als opfrisser de drie belangrijkste argumenten tegen restauratie:
Ten eerste is de Denker geen uniek kunstwerk. Wereldwijd bestaan er zo’n vijftig afgietsels die door Musée Rodin geauthoriseerd zijn. De artistieke prestatie van Rodin als zodanig is met de vernieling dus niet verloren gegaan – en in het seriële bestaan van de Denker betekent restauratie altijd concurrentie van gave gietsels.
Daarnaast waren er twijfels over de mate van herstel, want een total loss – het woord zegt het al. Singer Laren laat zich bij het restauratievraagstuk adviseren door een externe commissie, waarvan een meerderheid tegen restauratie is. ‘Elke restauratie van een beeld dat zo gehavend is als de Denker zal, hoe knap ook uitgevoerd, slechts leiden tot een cosmetisch herstel. Het beeld blijft een ‘opgelapt’ brons, waarin na verloop van tijd de tekenen van de restauratie opnieuw zichtbaar zullen worden. Restauraties zijn bovendien sterk tijdsgebonden en worden door voortschrijdend inzicht vaak snel achterhaald. Daarom is terughoudendheid geboden, juist bij een complexe restauratie als van de Denker. Restauratie zal nooit leiden tot een volwaardige vervanging van de oorspronkelijke Denker; het resultaat is dat het publiek een schijn-imago wordt voorgehouden.’
De commissie staat onder leiding van Frits Scholten, senior conservator beeldhouwkunst van het Rijksmuseum. In het advies staat ook het derde tegenargument: ‘De beschadigde Denker is in zijn huidige staat weliswaar een zwaar verminkt kunstwerk, maar tevens een ongemeen krachtig symbool van een misdadige actie, die in Nederland veel stof heeft doen opwaaien en het denken over sculptuur in de publieke ruimte sterk heeft veranderd. Het beeld heeft zo een nieuwe symboolwaarde gekregen en die waarde laat zich niet meer uitwissen. Door de vele publiciteit via alle media, is de Denker in zijn gemankeerde staat in het collectief geheugen van ons land gegrifd. Restauratie zal het beeld van de verzaagde Denker nooit kunnen verdringen. Wij menen dat dit teken van bot kunstgeweld gerespecteerd moet worden, als een niet te ontkennen feit. Restauratie ontkent dat feit echter wel, maar draait de geschiedenis niet terug.’

Als de daders er niks mee bedoelden, mag je dan een betekenis geven aan de vernielingen die ze teweegbrengen? Ligt er in de sporen van geweld een ideologische boodschap verborgen? Kijk eens goed naar de zaagsnedes, met name in het gezicht: zulke beschadigingen vind je ook bij religieus en politiek gevoed iconoclasme. Had de man met de slijptol echt geen idee bij wat hij deed?
En, als de symboolwaarde zo sterk gevoeld wordt, waar is de vernielde Denker dan precies het symbool van? Het vernietigen van weldenkendheid en menselijkheid? Dat is niet specifiek genoeg – en ook niet Nederlands genoeg, want de nieuwe symboliek heeft ook een rood wit blauw randje. De bronsroof is het zoveelste bewijs dat Nederland zich in een neerwaartse spiraal bevindt. In NRC beschrijft Vincent Icke de vernielde Denker als een heel nieuw kunstwerk ‘dat de triomf van de barbarij minstens even scherp neerzet als Zadkines sculptuur de verwoesting van Rotterdam verbeeldt.’ Hij roept Singer Laren op de vernielde Denker zo te laten als ‘monument voor de onnozelen die de musea tot handel reduceren, voor de sufferds die onze scholen uithollen, voor de lomperiken die de omroepen verzieken, voor de verblinden die de wetenschap ketenen aan nut-nut-nut, voor de fanatieken die, in navolging van Luther, de rede willen uitbannen ten gunste van het geloof, en ten slotte voor de ploerten die, geheel in stijl met de commercialisering van alle cultuur, een tijdloos kunstwerk vernietigen voor een paar kwartjes koper.’
Icke legt een verband met iets dat Nederland in de onderbuik treft: de giftige mix van populisme en marktwerking, waarmee bestaande weefsels worden stukgetrokken, waardoor geldzucht inhoud verdrijft, wetenschap en cultuur door de politiek worden aangevallen in plaats van beschermd. De roof, inclusief het grijpstuivermotief, staat in die zienswijze symbool voor het klimaat waarin Halbe Zijlstra staatssecretaris van cultuur kon worden. Net als de bronsdieven wist ook hij niks van kunst – en was daar in interviews nog trots op ook. De VVD-er voelde zich niet te beroerd om enorme cultuurbezuinigingen met PVV-retoriek door te voeren. Er moest iets heel erg kapot in Nederland. Geef Zijlstra een slijptol in de hand, zet hem naast de vernielde Denker en je hebt de cartoon die alles zegt.

Maar of dat reden genoeg is om de Denker zo te houden? Singer Laren kan zich de luxe van vrije associatie niet veroorloven. De drie directeuren – Dolf van den Brink, Reinier Sinaasappel en Jan Rudolph De Lorm – moeten de enorme geldontwaarding ongedaan zien te maken. Aan hen de taak om de teller van driehonderd euro weer terug op een miljoen te krijgen. Of meer, als het even kan.
Ze moeten er een vreemde draai voor maken. Als eerste schuiven ze in de catalogus van Rodin. De Denker denkt weer alle onbedoelde symboliek opzij: ‘Het feit dat deze afschuwelijke roof louter uit winstbejag is gepleegd, bracht ons tot de conclusie dat de Denker zo snel en goed mogelijk hersteld moest worden, om zo deze onzinnige misdaad uit te kunnen wissen.’ Restauratie staat voor hen vast.
Frits Scholten stapt uit de museumcommissie, mMaar ook zonder interne criticasters is het uitwissen makkelijker gezegd dan gedaan. ‘Volgens alle kunsthistorische en restauratiedeskundigen was De Denker totaal verloren en viel er slechts aan de uiterlijke waarde van het beeld te werken. In het beste geval zou je niet veel meer zien van de beschadigingen. Een Rodin zou het echter nimmer meer worden.’ Toch kiest de directie voor restauratie, ‘opdat dit object in de collectie van Singer Laren aanwezig blijft als herinnering aan een belangrijk kunstwerk in de oorspronkelijke verzameling van William en Anna Singer.’ De directie gebruikt het inhoudelijke argument tegen de restauratie als een emotioneel excuus voor de restauratie. Het laat de Houdini act in uitvoering zien, want lees het goed en er staat hetzelfde: een echte Rodin wordt het niet meer.
Als je de lat zo laag legt kan het geen argument voor restauratie zijn, maar wel voor de verzekering. Bij total loss wordt immers maximaal uitgekeerd. Dat spel wordt van twee kanten hard gespeeld. ‘De verzekeringsexperts wilden echter niet aanvaarden dat de Denker total loss was en stelden zich op het standpunt dat De Denker, na restauratie, op een veiling altijd nog wel een paar ton zou opbrengen. Deze polemiek duurde niet minder dan twintig maanden en pas na de inzet van zeer invloedrijke bestuurlijke zwaargewichten en toezichthouders werd een voor ons aanvaardbaar compromis bereikt.’
Een eerste stap is gezet, de teller gaat omhoog. Er is genoeg geld om de restauratie goed uit te voeren, maar herstel van authenticiteit is ingewikkelder. In opdracht van het museum wordt De Denker van Anna gemaakt, een film waarin de makers de restauratie nauwgezet volgen, maar ook de visie van de directie. Het is een belangrijk instrument voor de beeldvorming, ze wordt door de AVRO uitgezonden en in de tentoonstelling krijgt ze de laatste zaal. De eigen kijkervaring van de bezoeker wordt ter plekke gemedialiseerd.
Bij de opening van Rodin. De Denker denkt weer zingt een kinderkoor Non, non, rien a changé – de hitsingle van Les Poppies uit de jaren 70. Twee levende sculpturen poseren als Denkers, de lichamen bronskleurig geschminkt. Halverwege het nummer komen ze in beweging. Met houterige motoriek gaan ze het applaudiserend publiek voor naar de tentoonstelling. Vlak daarvoor heeft Jan Rudolph de Lorm alle medewerkers collectief bedankt, zich verontschuldigend voor de lange namenlijst die hij anders moet oplezen. De uitzondering wordt gemaakt voor Paul Mertz, in de Lorms woordkeuze een mediagoeroe. Hij krijgt publieke lof voor het bedenken van de titel.
Met De Denker denkt weer heeft Mertz sturing gegeven aan het meest auratische deel de restauratie. In vier woorden belooft ze het wonder van menswording. Voor een bronzen beeld is dat authenticiteit in overdrive. Bovendien sluit het goed aan bij het mythisch kunstenaarschap van Rodin, die in staat werd geacht om zijn beelden te bezielen als was hij Pygmalion. En zonder het te zeggen zegt het ook dat de Denker in vernielde toestand hersendood moet zijn geweest. De Denker denkt weer maakt de weg vrij voor directe identificatie en dus ook voor menselijk meeleven. Het beeld ‘overleefde een aanslag’ en de restauratie wordt beschreven als een medische ingreep: ‘Na een operatie van anderhalf jaar mag de Denker eindelijk naar huis.’ Bij Pauw en Witteman spreekt de Lorm, afgestudeerd kunsthistoricus, in emo-speak over ‘het mooiste kind’ van de collectie. ‘En wat doe je als een van je kinderen een zwaar auto-ongeluk heeft gehad?’ Als bewijs heeft hij het gerestaureerde brons mee naar de studio genomen.
Het sluitstuk van de beeldvorming is het symposium Restoring The Thinker, aan het eind van de tentoonstelling. Tegengestelde visies zijn er niet, alle sprekers zijn pro-restauratie. François Blanchetière, conservator van Musée Rodin, heeft nog de meeste kanttekeningen. Namens het Parijse museum heeft Blanchetière de restauratie begeleid en genunaceerd vertelt hij hoe de aanvankelijke scepsis heeft plaatsgemaakt voor instemming. Alles is zorgvuldig gedaan, de originele mal is teruggevonden (waar de missende onderdelen uit afgeleid konden worden), juridische valkuilen zijn omzeild en het hele proces is goed gedocumenteerd.
Daags na het symposium geeft Singer Laren een persbericht uit waarin het verhaal van Blanchetière bondig wordt samengevat: Musée Rodin heeft het beeld weer authentiek verklaard. ‘De erkenning van het Musée Rodin betekent veel voor Singer Laren. De aanvankelijke overtuiging dat De Denker totaal verloren was gegaan is hiermee genuanceerd. Singer Laren is er trots op dat door de zorgvuldige aanpak van de restauratie de uiterlijke waarden van het zwaar beschadigde beeld zijn hersteld.’

De verklaring van Musée Rodin is het hoogstmogelijke diploma voor authenticiteit. Het suggereert dat de verzekering gelijk heeft gekregen, maar de directie blijft het verlies benadrukken. ‘Singer Laren heeft zeker, alleen in puur financiële zin, miljoenen euro’s schade geleden.’
Die inschatting is waar en niet waar. Ze is gebaseerd op recente veilingprijzen, een Denker met vergelijkbare provenance wordt in 2010 voor drie miljoen dollar afgehamerd. Zuur voor het museum, maar tegelijk is het een hypothetisch bedrag. Omwille van de emotionele waarde kan de Larense Denker nooit meer verkocht worden. En binnen het museum kan het kunstwerk wel weer volwaardig meedraaien.
Singer Laren heeft gegeven de omstandigheden het beste uit twee werelden gehaald. Het kunstwerk is terug en de authenticiteit kan in de toekomst alleen maar toenemen. Tijd heelt immers alle wonden, ook in brons. En tegenover het hypothetische verlies staat een concreet bedrag dat in de nasleep van de diefstal bij elkaar is gebracht. Naast de verzekeringspremie doneerde De Bank Giro Loterij een half miljoen, er kwamen vele individuele giften binnen en het Fonds Restauratie Beeldentuin gaf honderden certificaten van 500 euro uit. Bij de opening van de tentoonstelling stond er een hele nieuwe collectie beelden in de tuin, naar hedendaagse smaak.

Vertelde De Denker denkt weer een sprookje of een leugen? Feit is dat een bronzen beeld niet kan denken. De naakte man op het rotsblok drukt de pose van het denken uit, maar het eigenlijke denkwerk gebeurt rondom het beeld. De Denker denkt slechts wat er op hem geprojecteerd wordt. Wil je snappen hoe dat werkt dan moet je het beeld de rug toekeren. Wat je dan ziet is een alternatieve geschiedenis, gebaseerd op toe-eigening en vervorming van de Denker. Vaker wel dan niet staat de symboliek van het denken op gespannen voet met het denken zelf. Het meest dichtbije voorbeeld is de enorme inflatable van de Denker die het museum voor promotiedoeleinden liet maken. Op de plek van Rodins handtekening prijkte het logo van de Bank Giro Loterij.
Het brengt je op het punt waar beeldenstormen ontstaan. De restauratie werd gekaderd in een verhaal over wederopstanding, maar het happy end hield een andere werkelijkheid uit zicht. Vernieling en restauratie waren beiden money driven. Aan de ene kant kun je het museum geen ongelijk geven. Het doet zelfs netjes wat Den Haag van cultuurinstellingen verwacht: zelf de broek ophouden. Aan de andere kant laat het restauratieproces zien tot welke artistieke verschraling het kan leiden. Met geld als verborgen leidmotief koos Singer Laren consequent voor bevestiging in plaats van ontregeling. Rodin bleef daardoor gegijzeld in conventie, terwijl er honderd jaar na zijn dood juist museale moed nodig is om zijn werk weer actueel te maken.
Laat dat nou precies zijn wat de vernielde Denker – op een sokkel – deed. Het financieel iconoclasme zette het denken op scherp. Even zagen we de matrix van het systeem waar we met z’n allen inzitten. De Denker denkt weer maakte het ongedaan. Officieel hebben dieven en gedupeerden niets met elkaar te maken, maar kijk beter en ze houden elkaar een gebarsten spiegel voor.

Arnoud Holleman en Gert Jan Kocken.
Geschreven ter gelegenheid van de lancering van de website.